@kanorijnland Facebook Linkedin
 Spelregels in vogelvlucht 

Doel
Het doel van kanopolo is een wedstrijd tussen twee teams van ieder 5 spelers. De spelers moeten proberen doelpunten te scoren ten koste van de tegenstander. Het winnende team in een wedstrijd is het team dat de meeste doelpunten scoort.

Spel
Het spel wordt gespeeld op een rechthoekig speelveld met ongeveer een lengte van 35 meter en een breedte van 23 meter. De twee doelen hangen 2 meter boeven het wateroppervlak en hebben een open raamwerk van 1 meter hoog en 1,5 meter breed. Er wordt gespeeld met een water polobal. Meestal duurt een wedstrijd twee maal 10 minuten met tussen beide helften 1 minuut rust (signaal 2).

Aanvang van de wedstrijd
Aan het begin van de wedstrijd zullen de 5 spelers van elk team zich met hun achterpunt op hun eigen doellijn opstellen. Een scheidsrechter gooit de bal in het water in het midden van het speel veld. Slechts 1 persoon van elk team mag een poging doen in balbezit te komen. Als dit volgens de regels gebeurd wordt signaal 1 gegeven.

Bal uit het spel
Als de bal uit het spel raakt, dan krijgt het team dat niet als laatste de bal heeft geraakt een zijlijnworp (signaal 5). Als de bal via de doellijn het spel verlaat en de verdedigende partij heeft niet als laatste de bal geraakt dan krijgt het verdedigende team een doellijnworp. Deze doellijnworp dient op de doellijn genomen te worden. Als de bal via de doellijn het spel verlaat en de verdedigende partij heeft wel als laatste de bal geraakt, dan krijgt de aanvallende partij een hoekworp. Deze hoek worp dient in een hoek van het speelveld genomen te worden.

Doelpunt
Een team maakt een doelpunt wanneer de bal in zijn geheel het vlak voor het raamwerk van het doel van de tegenstander passeert (signaal 3). Nadat een doelpunt is gemaakt zal het team dat een doelpunt tegen gekregen heeft de middenuit worp nemen vanaf het midden van het speelveld. De tegenstander krijgt 10 seconde de tijd om op eigenveld te komen. Zo niet mag de uitnemende party al beginnen zodra er 3 spelers van de tegenstander op eigen veld zijn.

Omslaan en zwemmen
In dien een speler omslaat en zijn kajak moet verlaten mag die speler niet verder deelnemen aan de wedstrijd en moet hij met zijn gehele uitrusting onmiddellijk het speelveld verlaten. Niemand mag het speelveld betreden om een speler met zijn uitrusting te helpen. Een omgeslagen speler die het speelveld niet via zijn eigen doellijn verlaten heeft mag pas bij de eerst volgende spelonderbreking gewisseld worden. Of als de scheidsrechter een time-out geeft om de speler te helpen met het verlaten van het veld (signaal 6).

Wisselen
Het betreden en uitvaren van het speelveld door spelers om te wisselen is alleen toegestaan via de eigen doellijn. De spelers gehele kajak moet het speelveld hebben verlaten voordat de wisselspeler het speelveld mag betreden.

Ongeoorloofd peddelgebruik
De peddel mag niet in contact gebracht worden met het lichaam van de tegenstander. De peddel mag niet binnen handbereik van een tegenstander gebracht worden als deze in balbezit is. Dit komt neer op: een peddel mag niet binnen 1 meter van de tegenstander komen. Een speler mag met zijn peddel niet proberen een tegenstander te verhinderen zijn peddel te gebruiken. Een peddel mag niet gegooid worden. In het kort komt het erop neer dat elk peddelgebruik dat andere spelers in gevaar brengt niet is toegestaan (signaal 12).

Ongeoorloofd balbezit
Een speler mag maar 5 seconden in het bezit zijn van de bal. Een speler mag niet met de bal op zijn dek of spatzeil peddelen (signaal 11).

Ongeoorloofd aanvallend spel met de hand
Onder aanvallend spel met de hand wordt verstaan: het duwen van een tegenspeler als hij in bal bezit is. Elke aanval met de hand wanneer de aangevallen speler niet in balbezit is. Elk ander lichamelijk contact anders dan de open hand tegen de rug, bovenarm of zijkant (signaal 10).

Ongeoorloofd aanvallend spel met de kajak
De aanvallende speler mag met zijn kajak het lichaam van de aangevallen speler niet raken. Een ruwe aanval op de zijkant van de kajak in een hoek tussen 80 en 100 graden is niet toegestaan (signaal 10).

Ongeoorloofd verplaatsen
Als een speler een positie heeft mag zijn lichaam tijdens het wedijveren door voortdurend contact, met niet meer dan een halve meter verplaatst worden (signaal 9).

Ongeoorloofd hinderen
Het is niet toegestaan de tegenstander, buiten het zes meter gebied te hinderen naar het doel te gaan wanneer beide spelers niet in balbezit zijn. De tegenstander hinderen naar de bal te gaan wanneer de tegenstander zich niet binnen drie meter ban de bal bevindt (signaal 9).

Ongeoorloofd vasthouden
Het is niet toegestaan direct of indirect de beweging van een tegenstander te belemmeren (signaal 9).

Doelverdediging
De verdedigende speler die zich het dichtst recht onder het doel bevindt met de bedoeling om met de peddel het doel te verdedigen, wordt op dat moment beschouwd als doelverdediger. Een doelverdediger, die niet in balbezit is, mag niet door een tegenstander direct of indirect worden verplaatst of uit balans worden gebracht.

Het nemen van worpen
Een speler die een doellijnworp, een hoekworp, een zijlijnworp, een vrije worp of een vrij schot neemt moet, voordat hij de worp neemt, de bal op armlengte boven zijn hoofd houden. En met zijn kajak stil liggen.

Het officiële reglement is te vinden op www.kanopolo.nl.

Last modified on: 20 Apr 2018 08:25:17.